Hier vindt u documenten zoals de Kadernota, Strategische en Financiële Verkenningen, Jaarrekening en Jaarverslag, Begrotingen, etc..
De planning- en controlcyclus start in juni van elk jaar met de behandeling van de Kadernota in de raad. Doel van de Kadernota is het maken van de beleidskeuzes voor de komende periode. Deze keuzes worden gemaakt voor het huidige en verdere jaren, doch kan ook wijzigingen op het lopende jaar betreffen.
De input voor de Kadernota wordt gevormd door:
Ook resultaten verkregen uit:
vormen input voor de Kadernota.
Ten behoeve van het genoemde peilen van de politieke wensen worden op initiatief
van de raad mondelinge algemene beschouwingen gehouden ergens in de periode november
- januari voorafgaande aan het opstellen van de Kadernota.
In de algemene beschouwingen geeft de raad aan wat de gewenste prioriteiten zijn
voor de komende periode. Daartoe maakt de raad gebruik van alle vooraf ontvangen
informatie zoals de begroting die in november ervoor is behandeld inclusief de
daarbij behorende bestuurrapportage, eventuele monitoringresultaten, de laatste
septembercirculaire etc. Deze algemene beschouwingen zijn voor het college input
voor de Kadernota.
De kadernota is geen dichtgetimmerd voorstel doch kent meerdere alternatieven.
De raad kan amenderen op de voorstellen en bepaalt de uiteindelijke keuzes. De
Kadernota wordt ingericht in overeenstemming met de programma-indeling in de Programmabegroting.
De Programmabegroting wordt in raadscommissies en de gemeenteraad behandeld en vóór
15 november van ieder jaar door de raad aangeboden aan de Provincie. Deze Programmabegroting
is de taak- en kaderstelling vanuit de raad aan het college. In de Programmabegroting
wordt aangegeven wat we willen bereiken (waaronder effecten), wat we daarvoor
gaan doen en wat dat mag kosten. Dit zijn de drie “W’ s”. Het programma is het
niveau waarop de raad de budgetten autoriseert. Dit laat toe dat de raad in zijn
rol van kaderstellen en controleren meer op hoofdlijnen autoriseert en controleert.
Roosendaal hanteert een elftal programma’s waarop de raad de budgetten autoriseert
met de daarbij aangegeven inhoud. De inhoud van de programma’s is weergegeven
in de vorm van beleidsvelden en producten.
De verdeling in hoofdfuncties en functies is wel een wettelijk verplichte indeling
ten behoeve van informatieverstrekking aan het CBS en de EU. Deze verdeling is
evenwel een administratieve verdeling die bestaat naast de indeling in programma’s.
Belangrijk is te vermelden dat het plaatsen van de budgetautorisatie op het programmaniveau
niet betekent dat geen inzicht wordt gegeven in meer details. Per programma worden
de budgetten per beleidsveld, product en de budgetwijzigingen, voortvloeiend uit
de
Kadernota, weergegeven. De onderliggende stukken zoals de productenramingen en
de bijlagen zijn ter inzage voor de gemeenteraad.
Aan de Programmabegroting wordt evenals bij de Kadernota, een bestuursrapportage
gekoppeld. De resultaten hieruit en de consequenties van relevante beleidsontwikkelingen
evenals de uitkomsten van de meicirculaire worden meegenomen in deze begroting.
De belastingvoorstellen maken onderdeel uit van de begroting. De Programmabegroting
is vooral beleidsinhoudelijk erg belangrijk omdat het een concrete uitwerking
is van de Kadernota, het collegeprogramma en het staande beleid.
Van genoemde begroting is ook een meer handzame versie gemaakt namelijk de Begrotingskrant 2010.
Tweemaal per jaar informeert het college de raad over de uitvoering van de Programmabegroting. Dit wordt vormgegeven door tweejaarlijks een Bestuursrapportage (peildata 1 mei en 1 september) middels een raadsvoorstel of een raadsmededeling aan de raad aan te bieden. Per programma wordt de stand van zaken weergegeven van het betreffende programma. Indien er relevante afwijkingen zijn in de uitvoering van activiteiten of de planning niet op schema ligt, wordt er een toelichting gegeven over oorzaken en te nemen maatregelen. Ook de onderwerpen, waarmee invulling wordt gegeven aan de speerpunten van het collegeprogramma, komen in vrijwel alle programma’s naar voren. In de bestuursrapportage wordt tevens melding gemaakt van relevante bedrijfsvoeringsaspecten en worden de belangrijkste grote projecten toegelicht.
Door het college van B&W wordt ieder trimester de bestuurlijke kalender vastgesteld. Hierop staan de belangrijkste onderwerpen vermeld die het college de komende twaalf maanden aan de raad verwacht voor te leggen. Ieder trimester wordt deze kalender geactualiseerd.
voorgaand jaar:
De jaarstukken zijn samengesteld conform het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). De opzet sluit aan bij de programmabegroting. De beleidsteksten van de programma’s uit de Programmabegroting onder de rubrieken “Wat willen we bereiken?” en “Wat doen we daarvoor?” zijn per programma opgenomen in het Jaarverslag onder “Wat waren we van plan volgens de begroting?”.
Wat de paragrafen betreft kan worden gemeld dat zoveel mogelijk aansluiting is gezocht bij de opzet zoals opgenomen in de Programmabegroting.
In de jaarstukken wordt verantwoording afgelegd over het betreffende jaar, met name wordt de realisatie zowel beleidsmatig als financieel gespiegeld aan de voornemens bij de begroting. Daarbij vindt de beleidsmatige verantwoording plaats in het Jaarverslag met daarin opgenomen de paragrafen: Lokale heffingen, Risico’s en weerstand, Financiering, Onderhoud, Kapitaalgoederen, Verbonden partijen, Grondbeleid en Bedrijfsvoering. De financiële verantwoording vindt plaats in de Jaarrekening.